Eurasiër

De Eurasiër is een hondenras, dat ontstaan is uit een kruising tussen de Wolfsspits (Duitse Grote Grijze Keeshond) en de Chow-Chow. Toen (1960) kreeg het ras eerst de naam "Wolf-Chow". Later kwam hier ook de Samojeed bij en het ras is sinds 1973 als "Eurasiër" erkend door de VDH/FCI (Groep 5- Spitsen en Oertypen) in Duitsland.
De Eurasiër kan beschouwd worden als een familiehond. De hond is graag bij zijn roedel, is waakzaam en blaft over het algemeen alleen indien noodzakelijk. Hij is niet moeilijk op te voeden, de baas moet wel consequent en duidelijk zijn, maar dat geldt voor alle opvoedingen. Wordt een Eurasiër op een vriendelijke manier, met veel begrip en geduld en beslist niet met harde hand opgevoed, dan haalt u het beste in hem naar boven.
Met de juiste begeleiding kan deze hond behoorlijk goed meekomen in sporten als behendigheid en gehoorzaamheid. Het plezier dat u beide hieraan beleefd zou voorop moeten staan. De Eurasiër is een zelfbewuste, rustige en evenwichtige hond. Wel is de hond vrij eigenzinnig, soms eenkennig naar vreemden, maar over het algemeen goed met kinderen.
Uiterlijke verschijning
De Eurasiër is een middelgrote hond. Ze hebben een spitse neus, spitse oren, een langharige zacht-aanvoelende vacht en een krulstaart.
Eurasiërs komen voor in veel verschillende
kleuren: roodachtig, wolfsgrijs of zwart, maar vaak hebben de honden meerdere kleuren tegelijk. Geheel wit komt niet veel voor. Dit komt mede doordat er niet gefokt mag worden met geheel witte Eurasiërs.
De vacht van de hond heeft ogenschijnlijk veel aandacht nodig, maar niets is minder waar. De Eurasiër hoeft niet naar een trimmer. Regelmatige borstelbeurten (vooral tijdens ruiperioden) en af en toe een wasbeurt is voldoende qua vachtverzorging.
Geslacht, schofthoogte, gewicht
Reu: 52-60 cm, 23-32 kg
Teef: 48-56 cm, 18-26 kg
Bron: www.wikipedia.nl en de site van de Eurasiër Vereniging Nederland (EVN) ( www.eurasier.nl ).
Persoonlijke ervaring
Wij hebben in ieder geval heel veel plezier van onze Eurasiër.
Na nogal wat problemen met eerdere honden: een redelijk dominante Rottweiler en een compleet geflipte Duitse Herder wilden we een handzame hond.
We hebben gedegen literatuur- en praktijkonderzoek gedaan en zijn bij de Eurasiër uitgekomen en dat bevalt heel goed.
Het is een echte familie- en huishond. Dit soort honden moet je niet in een kennel houden of als je met vakantie gaat in een pension stoppen, want dan kwijnen ze weg. Waarschijnlijk, en dat zou die van ons zeker doen, stoppen ze gewoon met eten.
Dus onze Treci (die eigenlijk Bella heet) gaat lekker overal met ons naar toe. En dat kan heel gemakkelijk want het zijn hele rustige honden. In een restaurant ligt ze onder tafel en je hebt er geen omkijken naar. Ze trekken wel veel bekijks juist omdat je dit ras niet veel tegenkomt.
Nou, ik hoop je hiermee wat informatie te hebben verstrekt waar je iets mee kan.
Vriendelijke groeten,
Kirsten
Hondentips Magazine dankt
Kirsten Bogaert voor deze rasomschrijving.
|