Grote Münsterländer



Geschiedenis.
De Grote Münsterländer is nog een vrij relatief jong ras en behoort tot de jongste voorstaande hondenrassen. Hij moet gezien worden als een afstamming van de Duitse-Staande- Langhaarhonden.

Op 29 juni 1922 werd in Munster “De Grote Münsterländer” definitief als ras erkend. De naam “Grote Münsterländer” heeft het ras te danken aan het feit dat het grootste aantal van dit ras te vinden was in Noord-West-Duitsland, meer bepaald in het Westfaalse Münsterland. Daar waren ze vooral op boerderijen te vinden waar ze gehouden werden als waak- en jachthond.

De naam “Grote” slaat niet op zijn afmetingen, de “kleine Münsterländer” ook “Heidewachtel” genaamd bestond al in deze regio. Deze bestaan enkel uit bruin met wit. Van oorsprong hebben de Grote en Kleine Münsterländer weinig met elkaar gemeen. Jachteigenschappen. 

De Grote Münsterländer is een uitstekende “verlorenzoeker” en een uitgesproken “spoorzoeker”. Hij is enorm intelligent en werkt met een diepe neus. Al deze eigenschappen bezorgden hem een reputatie van “hond na het schot”. Dit zijn altijd specifieke kenmerken geweest voor het ras.

Door jarenlang gericht kweken is het voorstaan vast verankerd in zijn natuurlijke aanleg en kan hij zeker zijn mannetje staan in het veldwerk. Bij het zweetwerk laat hij zien dat hij ook dit best aankan. Bewijs daarvan is het groot aantal Grote Münsterländers dat slaagt in de proeven waarbij kunstmatig bloedsporen worden aangelegd, die pas na 24 of 40 uur worden uitgewerkt.

In het water is de Grote Münsterländer in zijn nopjes. Door zijn beschermende vacht schrikt hij er niet voor terug om zelfs in het koudste water onvermoeibaar de dekking af te speuren, op zoek naar waterwild. Prachtig om zien is hoe sommigen in staat zijn om het zwemspoor van een eend over het water uit te werken.


Deze eigenschappen, gecombineerd met zijn krachtige bouw en zijn groot uithoudingsvermogen, maken van de Grote Münsterländer een veelzijdige jachthond die zijn baas niet zal teleurstellen.
 
Exterieur.
 
De standaard verlangt een sierlijke middenslag hond met een schofthoogte van 58 tot 63 cm voor de teven en van 60 tot 65 cm voor de reuen.
Het haar is lang, sluik en licht golvend met een goede ondervacht.

De kleur is wit en zwart in al zijn variaties (vb schimmel). Zo heeft men de zwart-witte zonder schimmel, wit met zwarte platen en schimmel (van helschimmel tot donkerschimmel), wit met zwarte platen en punten of wit met volledige schimmel zonder platen (forelschimmel).

De kop is zwart, eventueel met een bles of een snep, adellijk en gestrekt, met een droge vang, de ogen zijn heel donker, met goed aanliggende oogleden; de goed behaarde oren zijn hoog aangezet; de rug is recht en stevig met licht afvallende kroep. Verder dient hij een brede borst te hebben met voldoende borstdiepte en goed gespierde lendenen; voor– en achterhand moeten de juiste hoeking hebben.

De hoog aangezette staart is bij voorkeur goed bevederd, evenals de achterkant van de voor- en achterbenen. (zie verder uitgebreide rasstandaard) Karakter.

De Grote Münsterländer is als huishond zeer aanhankelijk en gehecht aan zijn gezin en kan zijn territorium als de beste verdedigen. Hij is zeker geen allemansvriend, hij is waaks van aard, zonder daarom agressief te zijn. Hij zal altijd zijn roedel beschermen, al zal hij door zijn intelligentie vlug beseffen wie al dan niet kwade bedoelingen heeft.

Daar hij nogal dominant van aard kan zijn zal men bij zijn opvoeding zeer consequent te werk moeten gaan. Met een goed opgevoede kan men naast de jacht ook praktisch alle andere hondensporten beoefenen zoals gehoorzaamheid of agility.

Van nature uit is de Grote Münsterländer een gezonde hond die weinig last heeft van erfelijke ziekten en degeneratieverschijnselen. Mits een goede verzorging en veel beweging zal hij dan ook jarenlang een prettige huisgenoot zijn.

Rasstandaard

1.Algemeen voorkomen
Krachtige gespierde lichaamsbouw, daarbij een snedig totaalbeeld. Hij heeft een intelligente en adellijke uitdrukking. Levendig met droge belijning en zonder nervositeit.

2.Haarkleur
Wit met zwarte platen en stippen of zwart geschimmeld. Zwarte kop met eventueel witte snep of bles.

3 Haar
Lang en dicht , wel vlakaanliggend, niet krullend of afstaand, dit is hinderlijk voor de jacht. Het haar moet zowel bij de reu als teef aan de achterkant van de voorste en achterste ledematen goed bevederd zijn. Ook aan de staart moet het haar lang zijn. De vlag aan de staart moet in het midden langst zijn. Het haar op het hoofd moet kort en aanliggend zijn

4.Lengte en gewicht
Romplengte en schouderhoogte zullen mogelijk gelijk zijn. De romplengte kan de schouderhoogte met 2 cm overschrijden.
Schouderhoogte (stokmaat) : reuen 60 – 65 cm, teven 58-63 cm.
Gewicht : ongeveer 30 kg


5.Kop
Edel en lang gestrekt met geringe stop, een intelligente uitdrukking en duidelijke kinspieren.
a.Vang
Krachtig, lang, en voor het gebruik goed uitgebeeld, de lippen niet overhangend, rechte neusrug.
b.Gebit
Krachtig en volledig (42 tanden) met uitgesproken hoektanden en een perfect schaargebit.
c.Neus
Neusrug met juist afgetekende zwarte neuszwam.
d.Ogen
Goed gesloten, hoe donkerder hoe beter. De oogleden dienen goed de oogbol te omsluiten.Toont geen bindvlies.
e.Oren
Breed, tamelijk hoog aangezet, van onder afgerond en goed aanliggend.
f.Hals
Krachtig, goed gespierd, edel en zwierig gebogen.

6. Romp
a.Schoft
Middelhoog, lang en goed gespierd.
b.Borst
Van voren gezien breed, zijdelings bekeken diep met duidelijke voorborst.
c.Rug
Kort, vast met licht afhellende kroep.
d.Nierpartij
Afgetekend, door sterke spieren beschermt.
e.Kroep
Lang, breed, licht daling en goed gespierd.
f.Buik
Licht opgetrokken, sterk, hard, slank, flanken kort en hoog aangezet.
 
7.Voorhand
Vast aan de ribben aanliggende schouderplaten, correcte hoekingen, juist, sterk en goed gespierd, elastische enkels.
 
8 .Achterhand
Krachtig en sterk gespierd, loodrecht staande poten, correcte hoekingen van de knie- en het spronggewricht.
 
9.Poten
Goed gesloten, van matige lengte en ronding. Hubertusklauwen moeten verwijderd worden.
 
10.Staart
Horizontaal of licht opwaarts gedragen. Van opzij gezien zonder knik uit de ruglijn volgend.

11.Voortbeweging
Stap en draf verend, ruim uitgrijpend met goede paslengte voor. -Galop : elastisch, dynamisch en zwierig met de nodige stuwing uit de achterhand, verre, brede sprong. (Foto: 9 Pups van Billie & Doc Vom Romawald)
 
Tekst: Van Broeck Karin
 
Met dank aan de familie Vergauwen-Van Broeck voor deze rasomschrijving.

Peter-Karin
Kimberley-Raf-Stef
Faedo-Spike
 
 
 
 
 
 
 
 
Bedankt!
Groetjes Rudi en Nanny
Hondentips Magazine
Zoeken

Magazine!


Meld je nu aan en ontvang het Hondentips Magazine gratis in je mailbox!

Voornaam:

E-mail:


Aanmelden voor Hondentips Magazine
Jouw privacy is veilig: ook wij haten spam!!!

Jouw privacy is veilig; ook wij haten spam.


Wij hebben, net als jij, een grote hekel aan spam. Spam is een verzamelnaam voor ongevraagde mailtjes, die je toch toegestuurd worden. We weten hoe irritant dit is en dus zullen we erg zorgvuldig met jouw emailadres omgaan. We zullen dit nooit aan derden verstrekken!

Door je aan te melden ontvang je om de 2 weken het gratis Hondentips Magazine, vol met tips, trucs en ideeën voor jouw omgang met je hond. Daarnaast zullen we tussendoor een mailtje sturen met goede tips voor bijvoorbeeld boeken en andere producten die met honden te maken hebben.

Verder krijg je, in elk mailtje dat we je sturen, de mogelijkheid om je uit te schrijven. Schrijf je je per ongeluk uit, dan kun je je altijd weer opnieuw aanmelden via onze website.

Hondentips.com Heel veel leesplezier,

Rudi en Nanny van den Dijck
Hondentips.com

Winkelmandje


Bekijk winkelmandje
Snelkeuze menu:

Onze Bestsellers:

webdesign & webwinkel by WHITE