De Teckel



Teckels hebben de naam zeer schrander en eigenzinnig te zijn. Welnu, dat klopt!

Ze zijn slim en vindingrijk en zeer aanhankelijk jegens de baas. Ze zijn buitengewoon waaks en hebben een moedig en nieuwsgierig karakter. In tegenstelling tot veel andere hondenrassen zoeken teckels heel bewust oogcontact. Zij lezen als het ware wat er in hun mensen omgaat, waardoor een bijzondere binding ontstaat.

Teckels kunnen om hun zin door te drijven geweldig komedie spelen. Zij hebben een groot gevoel voor humor en stellen het op prijs de lachers op hun hand te hebben. Maar ze kunnen ook snel beledigd zijn en dan kan het lang duren vooraleer de baas weer in genade aangenomen wordt.
Van nature laat de teckel zich graag gelden en men moet er dus alert op zijn de baas te blijven. Geef een teckel een vinger en hij neemt de hele hand.

Daarom mag u geen slaafse gehoorzaamheid van dit ras verwachten, want de teckel zal tot zijn laatste levensdag blijven proberen het laatste woord te hebben. U kunt hem echter wel degelijk onder appèl krijgen, het duurt alleen iets langer en u zult wat meer geduld moeten hebben dan bij andere rassen het geval is.

Teckels zijn jachthonden met een dikwijls felle jachtpassie en dat is tevens de oorzaak van het eigenzinnige karaktertrekje dat in iedere teckel huist.

Al vele honderden jaren lang werden teckels gebruikt voor de jacht op vossen en dassen (vandaar de ietwat ouderwetse benaming Dashond)!

De hond werd daartoe in de vossenburcht gezet en moest op eigen initiatief het karwei klaren. Daar is een flinke portie moed, doorzettingsvermogen en slimheid voor nodig. Deze eigenschappen zijn door de eeuwen heen in het ras doorgefokt, vandaar dat de zelfstandigheid en eigen inbreng van de teckel zo dikwijls voor 'eigenwijs' wordt aangezien.

Ook heden ten dage wordt er nog steeds met teckels gejaagd, zowel op ondergronds als bovengronds wild. U begrijpt daar wel uit dat u geen troetelig dameshondje in huis haalt, maar een sterke gespierde hond met een enorm uithoudingsvermogen en een markant karakter. Het jachtinstinct wil nog wel eens moeilijkheden opleveren, waardoor men de hond met veel jachtpassie niet of nauwelijks los kan laten lopen in het vrije veld. Doet men dit wel, dan gebeurt het meer dan eens dat de teckel verdwijnt en zich urenlang niet laat zien. U zult in zo'n geval moeten blijven wachten tot het de teckel belieft terug te komen. Straffen heeft weinig zin, want de volgende keer is de jachtpassie weer sterker dan uw straf of boze woorden. Aangelijnd houden is de boodschap!

Teckels kunnen heel oud worden, maar het is algemeen bekend dat de lange rug van deze honden hun kwetsbare punt is. Laat ze niet hoog springen en geen trappen lopen; zorg er vooral voor dat uw hond niet te dik wordt, daar de rug van een slanke hond minder zwaar belast wordt dan van een dikke. Dat kan moeilijkheden opleveren, daar de teckel zoals iedere werkhond een onverzadigbare eetlust heeft. U zult moeten leren daar niet aan toe te geven.

Wegens de kwetsbare rug is het beter de pup uit de handen van heel jonge kinderen te houden, daar deze nogal eens de neiging hebben om met het kleine hondje te slepen en te sjouwen, waardoor schade aan de wervelkolom kan ontstaan (maar in wezen geldt dit voor ieder hondenras!).

Teckels kunnen uitstekend met hun soortgenoten overweg. Andersoortige huishonden en katten worden wel geaccepteerd, maar dit gaat beter als zij er van jongs af aan mee opgroeien. Knaagdieren en vogels zult u achter tralies moeten houden, daar ze op het jachtinstinct van de teckel werken. Natuurlijk bevestigt de uitzondering de regel, wij spreken hier in het algemeen.
Teckels worden gefokt in drie verschillende maten en haarvariëteiten, waardoor er in totaal 9 soorten bestaan.

De grootste is de Standaard teckel, die een borstomvang heeft vanaf 35 cm. tot een niet nader vastgelegde maat. Het gewicht kan variëren tussen 9 à 10 kilo.

Het middelste type is de Dwergteckel, die een borstomvang heeft van 30 tot 35 cm, waarbij het gewicht varieert tussen de 5 en 7 kilo.

Tenslotte is er het kleinste slag en dat is de zgn. Kaninchenteckel, die een borstomvang heeft tot 30 cm en een gewicht dat schommelt tussen de 4 en 5 kilo.

De verschillende haarvariëteiten zijn als volgt:


De KORTHARIGE Teckel die de volgende kleuren kan hebben: black and tan (d.i. zwart met geelbruine aftekening aan snuit en poten), chocoladebruin, roodbruin en getijgerd (d.i. een onregelmatig vaag vlekkenpatroon). De korthaar is de oervorm van de teckel en heeft dientengevolge de meest rastypische eigenschappen. Deze honden zijn buitengewoon zachtaardig, lief en aanhankelijk voor het eigen gezin, maar tegenover vreemden kunnen zij wel eens gereserveerd zijn. Indien zij met kinderen opgroeien worden deze uitstekend geaccepteerd, maar het kan moeilijker zijn, indien de hond er op oudere leeftijd voor het eerst mee geconfronteerd wordt. Dit soort teckels is zo aanhankelijk dat zij ook thuis de baas/vrouw vaak op de voet blijven volgen.

Qua uiterlijk een robuuste, goed gespierde verschijning die gezien zijn zeer korte beharing niets te verbergen heeft en bijzonder makkelijk is in het onderhoud.

      
standaard korthaar getijgerd


De LANGHARIGE Teckel heeft halflang sluik haar met lange bevedering aan de oren, de achterzijde der poten, onder- en voorborst, alsmede een fraaie pluimstaart. De kleuren zijn hetzelfde als bij de korthaar, maar daarbij komt nog de kleur diep kastanjerood. Deze variëteit is ontstaan door kortharige teckels te kruisen met spaniëls en Ierse setters, vandaar de laatstgenoemde kleur. In grote lijnen kan men stellen dat de langhaar teckel de zachtaardigste is van de drie soorten. Zij kunnen goed met kinderen overweg en ook tegenover vreemden stellen zij zich vriendelijk op.

Door de fraaie diepglanzende beharing is dit een chique elegante hond, duidelijk de aristocraat onder de teckels.

Zij moeten regelmatig geborsteld worden en de lange haren v.t.t.t. goed doorgekamd met het oog op klitvorming.

langhaar dwergteckels
De RUWHARIGE Teckel behoort een stekelige vacht te hebben met een flinke baard en wenkbrauwen. Het is bij jonge pups moeilijk te zien hoe de beharing zich gaat ontwikkelen, maar het is wel een feit dat de meest wollige pup uit het nest dikwijls een hond wordt met een te overdadige en zachte vacht.


Meestal zijn de ruwharen wildkleurig, maar er komen - zij het sporadisch - eveneens black and tan, rode en chocoladekleurige honden voor. De ruwe beharing is ontstaan door kortharige teckels te kruisen met de Dandie Dinmont- en andere Terriërs. Goede gezinshonden, ook bij kinderen.

Dit is tevens de soort teckel die het meest voor de jacht gebruikt wordt.

Zij moeten doorgaans tweemaal per jaar getrimd oftewel geplukt worden.
Voor het dagelijks onderhoud dienen zij regelmatig goed geborsteld te worden met een harde haren borstel en een grove kam. (Gebruik nooit een borstel met metalen haakjes of punten en evenmin een te fijne (stof)kam. Hierdoor wordt de vacht schade berokkend)!

 
Het grappige uiterlijk van de ruwharige teckel spreekt de mensen sterk aan, waardoor deze op het moment zeer populair is.



ruwhaar standaard
Wij hopen u met deze informatie een leidraad gegeven te hebben om meer inzicht te verkrijgen betreffende het karakter en de uiterlijke variatie van de kleinste maar meest veelzijdige jachthond, DE TECKEL.

Rasstandaard
Oorsprong: Duitsland
Datum van publicatie van de geldige originele standaard: 13 - 3 - 2001.
Gebruik: Jachthond voor boven en onder de grond.
Klasse indeling FCI: Groep 4, Dashonden met werkproef.

Kort geschiedkundig overzicht:
De Dashond, ook wel Dackel of Teckel genoemd, is bekend sinds de middeleeuwen. Uit brakken werden lopende honden gefokt die speciaal voor de jacht onder de grond geschikt waren. Uit deze kortbenige honden, werd de Teckel gekristalliseerd, die bekend staat als een der meest veelzijdige jacht- gebruikshonden- rassen. Hij laat uitstekende prestaties zien bovengronds bij het luid op spoor jagen, het opstoten van het wild en het zweetwerk.
De oudste rasvereniging voor Teckels is de Duitse Teckel Club, erkend en opgericht in 1888.
De Dashond wordt sinds vele decennia gefokt in 3 verschillende groottes (dashond, dwergdashond en kaninchendashond) en in 3 verschillende haar variëteiten (korthaar, ruwhaar en langhaar).

Algemene verschijningsvorm:
Lage, kortbenige, lang gestrekte, maar compacte gestalte, zeer gespierd, met driest uitdagende hoofdhouding en attente gezichtsuitdrukking. Geslachtstypisch totaalbeeld. Ondanks de in verhouding tot het lange lichaam korte ledematen zeer beweeglijk en vlug.
Belangrijke proporties:
Bij een bodemafstand van ongeveer eenderde van de schofthoogte, moet de lichaamslengte in harmonische verhouding staan tot de schofthoogte van ongeveer 1 op 1,7 tot 1,8.

Gedrag en karakter:
Vriendelijk van aard, noch angstig, noch agressief, met een evenwichtig temperament.
Een gepassioneerde, vasthoudende, flinke jachthond met een fijne neus.

Hoofd. Langgestrekt, van boven en opzij gezien gelijkmatig tot de neusspiegel smaller wordend, echter niet puntig.
Wenkbrauwbogen duidelijk uitkomend. Neuskraakbeen en neuspunt lang en smal.
Bovenschedel: Eerst vlak, geleidelijk met slechts weinig aangeduide stop verlopend naar de licht gewelfde neusrug.
Stop: Alleen aangeduid.
Aangezicht schedel: Neusspiegel goed ontwikkeld.
De vang: Lang, voldoende breed en sterk. Ver te openen, tot ter hoogte van de ogen gespleten.
Lippen: De lippen zijn strak gespannen, de onderkaak goed bedekkend.
Kaken/gebit: Sterk ontwikkelde boven en onderkaak.
Schaargebit, gelijkmatig en goed sluitend. Ideaal is een compleet gebit met 42 tanden, overeenkomstig de tand formule met krachtige, juist in elkaar grijpende hoektanden.
Ogen:Middelgroot, ovaal, goed uit elkaar liggend, met heldere, energieke en toch vriendelijke uitdrukking, niet stekend. Kleur glanzend donkerroodbruin tot zwartbruin, bij alle haarkleuren van de hond. Glas -, vis -, of parelogen bij gevlekte honden zijn niet gewenst, echter wel te tolereren.
Behang: Hoog, niet te ver naar voren aangezet, voldoende maar niet overdreven lang, afgerond, niet smal, puntig of geplooid. Beweeglijk, met de voorste rand dicht tegen de wang aanliggend.
Hals: Voldoende lang, gespierd, strak aanliggende keelhuid; licht gewelfde nek, vrij en hoog gedragen.

Lichaam.

Bovenbelijning: Harmonisch verlopend van de hals naar het licht afvallende kruis.
Schoft: Uitgesproken.
Rug: Na de hoge schoft is het verloop van de verdere borstwervels recht of met een lichte welving naar achter verlopend. Sterk en goed bespierd.
Lendenen: Krachtig bespierd, voldoende lang.
Kruis: Breed en voldoende lang. Licht afvallend.
Borst: Borstbeen goed geprononceerd en zo sterk vooruitspringend, dat aan beide zijden kuiltjes zichtbaar zijn. De borstkas is van voren gezien ovaal, van boven en opzij gezien, zeer ruim. Ze biedt aan hart en longen ruimte voor ontplooiing, ver naar achteren opgeribt.
Bij een goede lengte en hoekingen van het schouderblad en de opperarm, bedekt de voorpoot van opzij gezien het diepste punt van de borst.
Onderbelijning en buik: Licht opgetrokken.
Staart: Niet te hoog aangezet, in het verlengde van de ruglijn gedragen. In het laatste derde deel van de staart is een lichte kromming toegestaan.

Ledematen.

Voorhand.
Algemeen: Sterk gespierd, goed gehoekt, van voren gezien droge, rechte voorbenen met goed sterk bot en recht naar voren gerichte voeten.
Schouders: Zichtbaar gespierd. Lang, schuin liggend schouderblad, vast tegen de borstkas aanliggend.
Opperarm: Van gelijke lengte als het schouderblad, nagenoeg in een rechte hoek hiermee staand, sterk van bot en goed gespierd, tegen de ribben aanliggend, maar vrij in beweging.
Ellebogen: Niet naar binnen noch naar buiten draaiend.
Onderarm: Kort, echter wel zo lang dat de bodemafstand van de hond zowat eenderde van de schofthoogte bedraagt. Zo recht mogelijk.
Voorvoetwortelgewrichten: De voorvoetwortelgewrichten staan wat dichter bij elkaar dan de schoudergewrichten.
Voor- middenvoet: De voor middenvoet mag, van opzij gezien niet steil, noch opvallend naar voren gericht zijn.
Voorvoeten: Goed tegen elkaar liggende tenen, goed gewelfd, met krachtige eeltkussens en korte, sterke nagels.
De vijfde teen heeft geen functie maar hoeft niet te worden verwijderd.

Achterhand.
Algemeen: Sterk gespierd, in goede verhouding met de voorhand. Knie en sprong gewrichten sterk gehoekt, achterbenen parallel, niet nauw, noch wijd uit elkaar staand.
Bovenbeen: Moet van goede lengte en sterk gespierd zijn.
Kniegewricht: Breed en sterk met uitgesproken hoekingen.
Onderbeen: Kort, bij benadering een rechte hoek vormend met het bovenbeen, goed gespierd.
Spronggewricht: Krachtig bespierd en droog.
Achter-middenvoet: Relatief lang, beweeglijk ten opzichte van het onderbeen, licht naar voren gebogen.
Achtervoeten: Vier strak tegen elkaar liggende tenen, goed gewelfd. Vol op de krachtige zolen rustend.

Gangwerk. De beweging moet ruim uitgrijpend, vloeiend en energiek zijn, met ruime, dicht bij de bodem liggende passen, krachtige stuwing en een licht veerkrachtige overbrenging naar de ruglijn. De staart moet daarbij in harmonische verlenging van de ruglijn, licht afvallend, gedragen worden. In actie zijn voor- en achterhand parallel uitgrijpend.

Huid: Strak aanliggend.

Kortharige Dashond.
Haar: Kort, dicht en glanzend, glad aanliggend, vast en hard, nergens onbehaarde plekken tonend.
Staart: Fijn en vol, maar niet rijkelijk behaard. Wat langere haren (grannen) aan de onderzijde van de staart is niet fout.

Kleur:
A: Eenkleurige: Rood, roodgeel, geel, alles met of zonder zwarte sticheling. Zuivere kleur gaat voor en rood moet boven roodgeel en geel worden gesteld. Ook sterk zwarte gestichelde honden horen hierbij en niet bij de anders gekleurde. Wit is niet gewenst, maar een enkele vlek is niet uitsluitend. Neus en nagels zwart; roodbruin is ook toegestaan, maar niet gewenst.
B: Tweekleurige: Diepzwart of bruin, ieder met roestbruine of gele aftekening (brand) boven de ogen, aan weerszijde van de mond, aan de onderlip, aan de binnenkant van het behang, aan de voorborst, aan de binnen en achterkant van de benen, aan de voeten, om de anus en van daar af tot eenderde of de helft van de onderkant van de staart. Neus en nagels bij zwarte honden zwart, bij bruine honden bruin. Wit is niet gewenst, maar een op zichzelf staande kleine vlek is niet diskwalificerend. Een te sterk verspreide brand is niet gewenst.
C: Gevlekt (getijgerd, gestroomd): De grondkleur is altijd de donkere kleur (zwart, rood of grijs). Gewenst zijn onregelmatige grijze maar ook beige vlekken (niet gewenst zijn grote platen). De donkere noch de lichte kleur mag overheersen. De kleur van gestroomde teckels is rood of geel met donkere stroming. Neus en nagels als bij een- en tweekleurige.

Ruwharige Dashond.
Haar: Met uitzondering van de vang, wenkbrauwen en oren, op het hele lichaam van onderwol voorzien, volkomen gelijkmatig aanliggend, dicht, draadachtig dekhaar. Aan de snuit toont zich een uitgesproken duidelijke baard. De wenkbrauwen zijn borstelig. De oren zijn korter behaard dan het lichaam, bijna glad.
De staart goed en gelijkmatig, strak aanliggend behaard.
Kleur: Overwegend licht tot donker wildzwijnkleurig alsook de kleur van droge bladeren. Verder geldt hetzelfde als voor de kleuren beschreven bij de korthaar a-c.

Langharige Dashond.
Haar: Het van onderwol voorziene, sluike, glanzende haar, aan het lichaam aanliggend, verlengd zich onder de hals en aan de onderzijde van het lichaam, hangt aan de oren over, toont aan de achterkant van de benen een duidelijk langere beharing (bevedering ), bereikt de grootste lengte aan de onderkant van de staart en vormt daar een complete vlag.
Kleur: Hierbij geldt hetzelfde zoals bij de Korthaar beschreven onder a) tot c).

Grootte en gewicht.
Standaard dashond: Borstomvang boven de 35 cm. Bovengrens gewicht ongeveer 9,0 kg.
Dwergdashond: Heeft een borstomvang van 30 tot 35 cm, op een leeftijd van tenminste 15 maanden gemeten.
Kaninchen dashond: Heeft een borstomvang tot 30 cm, op een leeftijd van tenminste 15 maanden gemeten.

Hondentips Magazine dankt Kia Eggenhuizen van de Nederlandse Teckelclub, voor de toestemming deze uitgebreide rasomschrijving te gebruiken.

Lezers die meer willen weten over de Teckel worden door de Teckelclub uitgenodigd eens een kijkje te nemen op hun site www.teckelclub.nl  Voor contact of vragen kan je mailen naar info@teckelclub.nl  


Zoeken

Magazine!


Meld je nu aan en ontvang het Hondentips Magazine gratis in je mailbox!

Voornaam:

E-mail:


Aanmelden voor Hondentips Magazine
Jouw privacy is veilig: ook wij haten spam!!!

Jouw privacy is veilig; ook wij haten spam.


Wij hebben, net als jij, een grote hekel aan spam. Spam is een verzamelnaam voor ongevraagde mailtjes, die je toch toegestuurd worden. We weten hoe irritant dit is en dus zullen we erg zorgvuldig met jouw emailadres omgaan. We zullen dit nooit aan derden verstrekken!

Door je aan te melden ontvang je om de 2 weken het gratis Hondentips Magazine, vol met tips, trucs en ideeën voor jouw omgang met je hond. Daarnaast zullen we tussendoor een mailtje sturen met goede tips voor bijvoorbeeld boeken en andere producten die met honden te maken hebben.

Verder krijg je, in elk mailtje dat we je sturen, de mogelijkheid om je uit te schrijven. Schrijf je je per ongeluk uit, dan kun je je altijd weer opnieuw aanmelden via onze website.

Hondentips.com Heel veel leesplezier,

Rudi en Nanny van den Dijck
Hondentips.com

Winkelmandje


Bekijk winkelmandje
Snelkeuze menu:

Onze Bestsellers:

webdesign & cms by WHITE